Jongeren ondersteunen bij zorgen en/of problemen door: 

  • Alert te zijn op en het bespreekbaar maken van zorgwekkende signalen en/of behoeftes. Daarbij inzichtelijk krijgen of er al (deskundige) hulp is en wat daadwerkelijk het probleem of de hulpvraag is
  • Jongeren proberen in hun kracht te zetten om hun problemen zelf, met behulp van het eigen netwerk en/of het jongerenwerk, op te lossen
  • Als ze er op eigen kracht (met behulp van hun netwerk en het jongerenwerk) niet uit (dreigen te) komen hen motiveren om samen passende hulp te zoeken en dit vervolgens ook in gang te zetten
  • Eventueel in dit gehele proces, met toestemming en/of medeweten van jongeren, afstemmen en ruggespraak houden met relevante partijen als collega’s, ouders of samenwerkingspartners. Enkel bij situaties waar de veiligheid van een jongere op het spel lijkt te staan kan dit zonder toestemming gebeuren.
  • De gesprekken met de hulpverlener bijwonen als de jongere dit zou willen totdat er voldoende een klik en vertrouwen is bij de jongere in de hulpverlener
  • Monitoren of de jongere daadwerkelijk geholpen wordt en ingrijpen als dit niet (voldoende) het geval blijkt te zijn